Persbericht

Resultaten Lokale Duurzaamheidsmeter 2005 bekend

Slechte score gemeente Arnhem

Lokale Duurzaamheidsmeter
Vandaag, 7 november 2005, heeft staatssecretaris Pieter van Geel van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de resultaten bekend gemaakt van de Lokale Duurzaamheidsmeter 2005. Deze onderzoeksmethode naar vorderingen per gemeente in Nederland op het gebied van duurzame ontwikkeling is de opvolger van de Lokale Duurzaamheidsspiegel die in de periode 1999-2003 werd gehouden. De Duurzaamheidsmeter zet met name in op klimaatbeleid (energie, water, verkeer), maar ook op internationale samenwerking en duurzaam ondernemen. De coördinatie van de Duurzaamheidsmeter was in handen van COS-Nederland, de overkoepelende organisatie van de centra voor ontwikkelingssamenwerking in Nederland.

Algemene conclusie
De algemene conclusie van het onderzoek is tweeledig. Enerzijds kan worden vastgesteld dat duurzaamheidsbeleid na jaren van publiciteit een structureel onderdeel van gemeentelijk beleid in Nederland is geworden. Water- en energiebeheer zijn bijvoorbeeld geen sluitposten meer op de gemeentebegroting. Anderzijds moet worden geconcludeerd dat methodes om de resultaten van dat nieuwe beleid dan ook te meten, ontbreken. Iets dergelijks kan worden vastgesteld waar het de zorg betreft om klimaatverandering. Zich als gemeente wel zorgen maken over stijgende rivierspiegels, maar desondanks niet communiceren met bedrijven en maatschappelijke organisaties om het tij te keren. Het COS stelt vast dat slechts 2 van de 5 gemeenten op dit vlak partners zoeken. Nog ernstiger is het gesteld met de aanpak van de bron van de problematiek: slechts 1 op de 5 gemeenten in Nederland heeft een beeld van de uitstoot van kooldioxide binnen zijn eigen gemeentegrens, terwijl deze uitstoot toch de oorzaak is van het broeikaseffect dat de temperatuurstijging op aarde veroorzaakt. Driekwart van de gemeenten in Nederland onderneemt niets richting lokale bevolking op het gebied van klimaat- en waterbeleid, aldus het COS, een zorgwekkende constatering.

Score
Aan de Lokale Duurzaamheidsmeter 2005 deden 431 van de 467 gemeenten in Nederland mee. Het COS in zijn eindrapport: “Maar liefst 9 van de 10 scoren een onvoldoende als het gaat om het brede vlak van duurzame ontwikkeling. Dan gaat het niet alleen over lokaal klimaat- en waterbeleid, maar ook over sociaal beleid, duurzaam inkopen, het beheer van groene ruimten en internationale samenwerking.” De beste scores leverden (opnieuw) de gemeenten Tilburg (9,1) en Delft (8,7). Verrassend derde werd de gemeente Alkmaar (8,1). Noord-Brabant blijkt met de hoogste gemeentelijke scores de meest duurzame provincie van Nederland te zijn. De vragenlijsten en resultaten zijn na te lezen op de website www.duurzaamheidsmeter.nl.

Arnhem
Arnhem eindigde met een score van 4,7 ver beneden zijn niveau. De oorzaak is duidelijk: slechts één ambtenaar (dienst Stadsbeheer) vulde tijdig de vragenlijst over klimaat en water in. Voorgaande jaren eindigde Arnhem weliswaar vaak in de middenmoot, maar dan toch nog altijd met een score tussen de 6 en de 7. Ook voor Arnhem geldt dus de algemene conclusie dat slecht met maatschappelijke organisaties wordt gecommuniceerd. De stichting Doca heeft immers bij gemeentebestuur en directies van diensten al in september van het vorige jaar aangedrongen op deelname aan het onderzoek. Om overbelasting van de organisaties te voorkomen kon digitaal aan de Duurzaamheidsmeter worden deelgenomen, maar blijkbaar werkt deze methode maar zeer ten dele. Doca zal zich dan ook beraden over de Arnhemse aanpak van de volgende editie van de Lokale Duurzaamheidsmeter.


7/11/2005 - Ed Bruinvis (St. Doca/Arnhem Duurzaam)