Louis Sévèke en Operatie Homerus

Toen ik Louis (Sévèke) en Frank (Schoenmaeckers) voor het eerst ontmoette, woonden beiden nog in de Grote Broek, het grote kraakpand aan de Van Broeckhuysenstraat in het centrum van Nijmegen. Ik meen dat het Louis was die mij begin februari 1993 belde voor een afspraak. Aanleiding was een artikel in De Gelderlander van 30 januari van dat jaar, waarin een voormalig agent van de Binnenlandse Veiligheidsdienst zich beklaagde over de gebrekkige nazorg door de dienst. Juist dat manco van overheidswege had deze ‘Rob Kamphuis’ ertoe gebracht om twee overvallen te plegen op postagentschappen. De gemeente Nijmegen had namelijk zijn uitkering stopgezet en nu zat hij zonder geld, terwijl een enkel telefoontje van de BVD die maatregel toch wel ongedaan had kunnen maken, meende Kamphuis. Maar of dat telefoontje maar niet wilde komen of dat de gemeente Nijmegen niet voor Den Haag wilde buigen, is ons nooit duidelijk geworden. En het is ook niet ondenkbaar dat de dienst genoeg had gekregen van deze Kamphuis die ondanks zijn geslaagde infiltraties in zowel criminele kring als (later) in de actiebeweging, ook hen wel eens tot wanhoop moet hebben gebracht met zijn grootspraak, zijn wilde verhalen en zijn ziekelijke fixatie op geweld. Hoe dan ook, meteen na de publicatie van dat artikel in De Gelderlander wist half actievoerend Nijmegen om wie het werkelijk ging. Rob Kamphuis kon gezien de details in het artikel namelijk niemand anders zijn dan Caesar (Cees) van Lieshout, de mannetjesputter uit de beginjaren’80 die de lokale actiegroepen altijd maar te soft vond en zich op een manier door Nijmegen bewoog alsof hij het complete adressenbestand van de Rote Armee Fraktion in zijn agenda had staan.
We werden het met ons drieën snel eens: de kwestie verdiende meer aandacht dan dat ene artikel van rechtbankverslaggever Martin Gommers. De journalist had met zijn primeur de zaak aanhangig gemaakt en daarmee de wens van Van Lieshout om met deze publicatie Den Haag op andere gedachten te brengen in vervulling gebracht. Direct na zijn vrijlating uit de gevangenis kon hij zich dan ook - mét uitkering - uit de voeten maken richting stamkroeg op Kreta, naar we later vaststelden. Maar aan ons was het nu, vonden we, om eens op een rijtje te zetten wat er al die jaren rond deze Van Lieshout aan waars en onwaars de ronde had gedaan. En vooral gold voor ons de vraag: als het juist is dat Van Lieshout al die tijd door de CID respectievelijk de BVD is gerund, is het dan misschien niet zo toevallig dat hij voortdurend, zoals veel actievoerders al jaren beweerden, tot gewelddadig activisme probeerde aan te zetten? Anders gezegd: gebruikte de dienst infiltranten niet alleen om informatie te vergaren, maar soms ook – en dus volledig in strijd met de rechtsorde – om maatschappelijke conflicten te laten escaleren?
Op die ene ontmoeting zouden er nog vele volgen. Vijf jaar lang werkten we in stilte aan de reconstructie van vijftien jaar undercoveractiviteiten van Van Lieshout. Louis was daar niet alleen zeer vasthoudend en gedegen in, hij was ook uitermate kritisch. Alles wat voor een andere uitleg vatbaar kon zijn diende volgens hem daar ook op te worden onderzocht. Hij was daar in mijn ogen het toonbeeld van een waar onderzoeker in. Menige sessie die we gedrieën hielden betekende spitsroeden lopen: als dit of dat zus of zo gegaan is, kan het dan zijn dat deze of die vervolgens dit of dat enzovoort. En hoewel we naast deze onderzoeksklus ook nog ons overige werk te doen hadden en een 60-urige werkweek in die periode dus eerder regel was dan uitzondering, was Louis onvermoeibaar waar het ging om degelijk uitzoekwerk. Nooit een stelling zonder onderbouwing, nooit tevreden met een half uitgezocht antwoord. Vijf jaar zo met elkaar werken (het boek Operatie Homerus verscheen in december 1998 bij Papieren Tijger in Breda) schept een band, temeer daar we voortdurend rekening moesten houden met sabotage van de kant van de BVD die gaandeweg toch lucht had gekregen van ons onderzoek. En het tekent ook Louis dat hij na het verschijnen van het boek niet achterover ging leunen. Er waren immers vragen onbeantwoord gebleven die alleen opgehelderd konden worden door de dossiers van de dienst in te zien op dit onderwerp. En ‘dus’ werd inzage geëist, waar de BVD natuurlijk niets van wilde weten. En ‘dus’ werd in beroep gegaan, wat niet hielp. En ’dus’ togen we gedrieën naar Den Haag om op het Ministerie van Binnenlandse Zaken met BVD-ers te praten over de zin en vooral de onzin van het beschermen van agenten die zichzelf in de pers al ontmaskerd hadden. We kregen er koffie en de complimenten voor ons boek en konden vervolgens weer onverrichter zake naar huis, waar Louis onmiddellijk begon met het opstellen van een bezwaarschrift….

Met de moord op Louis heb ik niet alleen een collega en een kameraad verloren, maar is de progressieve beweging van Nederland als geheel een betrokken en kritisch onderzoeker van het zuiverste water kwijt geraakt.


Ed Bruinvis
Stichting Dokumentatiecentrum Arnhem (Doca)