Commentaar op concept Integrale Milieuvisie 2008-2011

Hierbij onze reactie op het zojuist verschenen concept Integrale Milieuvisie 2008-2011.
De nota biedt naar onze mening een helder overzicht van alle lopende beleidsplannen en toekomstige ambities op dit brede terrein en het doet ons genoegen vast te stellen dat de door onze stichting al zo lang bepleite integratie van sectoren hierin goed tot uitdrukking komt.
Ook het geschetste kader van mondiale duurzame ontwikkeling is iets waar we als stichting al jaren op aandringen, dus ook dit stemt tot tevredenheid. Dat de nota daardoor een omvangrijke is geworden, nemen we op de koop toe. Tekstueel zou er eventueel met de stofkam doorheen gegaan kunnen worden, want er komen door de hele nota heen nogal wat dubbele vermeldingen voor. Wat lay-out en leesbaar-
heid betreft is de nota in ieder geval naar onze mening geslaagd. (Het zal overigens ook bij de dienst Stadsbeheer opgevallen zijn dat er op de omslag een verdwaald strookje papier is meegedrukt.)
Onderstaand een overzicht van opmerkingen per pagina. Ons commentaar sluit af met een lijst van aanbevolen tekstcorrecties.

Pag.8
Het uitgangspunt Arnhem wil de stad duurzaam ontwikkelen: voorzien in de behoeftes van de huidige generatie, zonder de toekomstige generaties te belemmeren ook in hun behoeftes te voorzien onderschrijven wij volkomen. Maar deze Brundlandt-definitie wijkt in zoverre af van de Grenzen aan de groeivisie van de Club van Rome, dat ze niets zegt over wat die behoeftes van de huidige generatie dan zijn. Onze (westerse) behoeftes zijn voor een belangrijk deel aangepraat door een op expansie gericht productiesysteem waarvoor eerder het motto het is nooit genoeg geldt.
Hanteer je als gemeente (zeer terecht, naar onze mening) het uitgangspunt van duurzame ontwikkeling bij stadsbeheer en stadsontwikkeling, dan zul je dus ook iets moeten zeggen over de beperkingen die we ons als burgers zullen moeten opleggen (met name dus in ons consumptiepatroon en onze tijdsbesteding). Pas als je dat doet krijgt de volgende zin in de nota meer betekenis: de maatschappelijke urgentie van duurzaamheid is minder groot dan die van leefbaarheid. Toch zijn de gevolgen groot en op termijn onherstelbaar. Want die conclusie zelf is namelijk volkomen juist, het gaat immers om een maatschappelijk (nog) niet gevoelde, want vaak verdrongen urgentie.

Pag.9
Een duurzame ontwikkeling van de hele stad kan op gespannen voet staan met de leefbaarheid op bepaalde plaatsen in de stad. Het onderscheiden en benoemen van rustige gebieden met een hogere milieubelasting (met name door verkeer en bedrijven) kan helpen deze spanning te verlagen.

Dit lijkt me een valkuil. Waar de gemeente het zogenaamde inbreiden nastreeft, zal de druk op mensen om de stad op vrije momenten te ontvluchten, toenemen. Daardoor neemt ook de druk op het buitengebied verder toe. Wie nu op een zonnige zondagmiddag Sonsbeek inwandelt, loopt al meteen in de rij. Ook hier dringt zich dus het principe van de grenzen aan de groei op. Het creëren van rustzones in en rond de stad biedt maar zeer tijdelijk soelaas wanneer niet tegelijkertijd een rem gezet wordt op de groei van de stad. Maar zoals kritisch consumeren voor de burger nog vaak een non-issue is, zo is het probleem van de overbevolking voor beleidsmakers ook maar al te vaak nog een onbesproken thema.
De gemeente Arnhem zou zich dus juist minder nadrukkelijk als groeistad moeten profileren in plaats van meer zoals nu het geval is.

Pag.13
Burgers stimuleren tot aanpassing van hun levensstijl in het belang van een schoner milieu, maar geen zwaar appèl daartoe doen.
Maatschappelijke organisaties houden de burger nu al enkele decennia voor ogen dat zonder drastisch reduceren van consumptiepatronen, het milieu eenvoudigweg niet te redden valt. De gevolgen van de mondiale bevolkingsgroei, oorlogen om energievoorraden, CO2-uitstoot, de zich doldraaiende economie etc. zijn veel te ingrijpend om het van overheidswege te laten bij het slechts scheppen van randvoorwaarden om tot duurzamer handelen te komen. Zowel (en met name) aan de productiekant als aan consumptiekant zal fors ingegrepen moeten worden waar het gaat om tegengaan van verspilling en vervuiling. Woon/werkverkeer bijvoorbeeld zal van overheidswege zoveel mogelijk tegengegaan moeten worden, het produceren van nutteloze en kwalitatief slechte producten moet aan banden worden gelegd, de vanzelfsprekendheid van (auto)mobiliteit zal ter discussie moeten worden gesteld.
Op lokaal niveau zou de gemeente Arnhem op deze terreinen een voorkeursbeleid kunnen voeren, zoals bijvoorbeeld op De Kleefse Waard de vestiging van energiezuinige en milieu-innovatieve bedrijven wordt gestimuleerd.

Pag.21
Door duurzaam te bouwen, zuinig om te gaan met de beschikbare ruimte (meervoudig ruimtegebruik), energie en water te besparen, duurzame energie op te wekken en toe te passen, de bodem te beschermen, de oppervlakte en kwaliteit van groen niet verder te laten afnemen en de openbare ruimte van Arnhem duurzaam te beheren, draagt de gemeente haar steentje bij aan de aanpak van milieuproblemen.
Alle lof voor deze inzet, maar wat te denken van duurzaam beleggen, actiever gemeentelijk beleid op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, weren van producten die door kinderarbeid zijn gemaakt? Is het niet een goed idee om juist nu aan te haken bij het recente initiatiefvoorstel van GroenLinks in de raad om Arnhem aan te melden bij de Millenniumgemeenten in Nederland? Dit is natuurlijk een politiek besluit, maar advisering van de kant van Stadsbeheer in die richting zou stimulerend kunnen werken.

Pag.22
Van belang is dat de milieuambities in een vroeg stadium en in samenhang met elkaar worden ingebracht in het ruimtelijk planproces.
Volledig mee eens, al zal dat op gezette tijden voor spanningen zorgen met andere ambities in datzelfde planproces. Er dreigt nu al een kentering te komen: waarom een bouwproject stil leggen voor die paar beverburchten of kamsalamanders? Biodiversiteit in en rond Arnhem zou wel wat meer aandacht mogen krijgen van gemeentewege.

Pag.28
De burger verzet zich niet tegen duurzaamheid, maar kan zich er vaak maar weinig bij voorstellen.
Is ten dele waar, hij moet er teveel voor inleveren en wil daarom de consequenties vaak niet onder ogen zien. Iedereen ‘weet’ dat 6 miljoen personenauto’s in onze kleine landje belachelijk veel is. De recente nadruk die Arnhem legt op waterstofstad zou nadrukkelijk gecombineerd moeten worden met het terugdringen van het autogebruik, een van de grote boosdoeners immers waar het gaat om de volksgezondheid in onze stad. Het gevaar van waterstofprofilering is dat het autoverkeer juist toeneemt (we hebben toch een schonere motor met waterstof?) met als gevolg: verder dichtslibben van wegen, meer ongelukken, toename stress en verdere druk op het milieu.

Pag.39
Hierin staat onder het kopje De burger als consument exact beschreven wat ons bezwaar is tegen een al te laconieke houding van overheidswege waar het gaat om verantwoord consumentengedrag.
Inderdaad leiden deregulering en marktwerking ertoe dat de mens steeds meer als consument wordt benaderd en zich - paradoxaal genoeg - ook steeds meer als zodanig gaat gedragen. Daarom zou de conclusie: het is zaak om bij de formulering van beleid en maatregelen beter aan te sluiten bij wat consumenten c.q. burgers beweegt wel eens contraproductief uit kunnen pakken. Ook op dit punt dus opnieuw ons pleidooi om de burger als verantwoordelijk individu aan te spreken op zijn gedrag jegens de noodzakelijke duurzame ontwikkeling. Maar ook hier de paradox: de burger is veel meer product van de op consumptie gerichte maatschappij, dan dat hij vorm geeft aan een alternatief. En dus gaat het er ook vooral om gemeentelijk voorkeursbeleid te voeren jegens producenten die het voortouw nemen op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Pag.45
Duurzame energievoorziening zal zich in de stadswijk vooral richten op toepassing van zonne-energie op gebouwniveau. Bij compacte bouw zal collectieve energie-voorziening en opslag van warmte en koude in de bodem mogelijk worden gemaakt.
Ook deze ambitie wordt door Doca volledig onderschreven. Bijzonder interessant in dit opzicht zijn recente ontwikkelingen, waarbij zonnesystemen in de vorm van flexibele lagen op en tegen gebouwen kunnen worden aangebracht. De gemeente Arnhem zou actiever kunnen zijn op dit terrein, zeker gezien de herinrichting van Kleefse Waard en Koningspleij. Maar bijvoorbeeld ook in de Schuytgraaf.

Pag.46
In tegenstelling tot centrum, stedelijke zone en stadswijken bevinden zich op bedrijventerreinen nauwelijks geluidsgevoelige objecten. De woningen op deze terreinen zijn bedrijfswoningen.
Al eerder maakte Doca bezwaar tegen deze benadering (in het kader van de nota Geluid). Niet alleen wonen in bedrijfswoningen ook gezinnen, maar bovendien behoort het personeel dat de hele dag op bedrijventerreinen werkt evenzeer tot ‘geluidsgevoelige objecten’.

Pag.50
Op bedrijventerreinen heb je te maken met minder kwetsbare groepen.
Idem dito.

Pag.52
Over het gevaar voor de gezondheid van slecht functionerende riolering: op bedrijventerreinen wonen geen mensen dus ++. Idem dito; ze wonen er niet, maar werken er wel de hele dag.

Pag.53
Over veiligheid: Op bedrijventerreinen voor de lichtere industrie streven we naar een iets hoger veiligheidsniveau, omdat daar meestal veel kantoorpanden te vinden zijn en deze terreinen over het algemeen tegen woonwijken aanliggen.
Hier worden de werknemers dus wel als ‘gevoelige objecten’ gezien.

Pag.75
De gemeente Arnhem heeft geen specifiek beleid voor het binnenmilieu benoemd.
Toch zou dat gezien de ernst van het onderwerp wel moeten. Veel burgers zijn zich namelijk niet van de gevaren van een slecht binnenmilieu bewust. Er is ook relatief weinig aandacht voor in de media. Wellicht zou beleid op korte termijn te realiseren zijn middels gemeentelijke samenwerking met de Arnhemse woningbouw-corporaties?

Pag.91
Op 1 januari 2007 is de nieuwe Wet geluidhinder in werking getreden, waarmee de gemeenten meer eigen verantwoordelijkheid krijgen voor het te voeren geluids-beleid.
Dit biedt de gemeente Arnhem de mogelijkheid om actie te ondernemen tegen het luchtvaartlawaai van reclamevliegtuigen boven de stad, ook een al eerder door Doca aangekaart onderwerp. Deze vliegtuigen zijn niet alleen uitermate hinderlijk, ze zijn milieuvervuilend en vormen een direct gevaar voor de stad: een neerstortend toestel veroorzaakt een ramp voor bewoners en winkelende mensen. Ons advies: niet wachten op een ramp, maar een verbod op reclamevliegtuigen boven de stad.

Pag.96
De Wet milieubeheer gaat er van uit dat verlichting op sportvelden na 23.00 uur is gedoofd.
Vanuit de overweging dat lichtvervuiling boven de stad negatieve gevolgen heeft voor de natuur en er bovendien sprake is van energieverspilling, zou ons advies zijn om alle sierverlichting inclusief schijnwerperverlichting van Eusebius en Rijnbrug na genoemd tijdstip te staken.

Pag.100
Een onbegrensde toename van de automobiliteit beperkt de bereikbaarheid en bedreigt de leefbaarheid van de stad. Het is daarom nodig het autoverkeer in goede banen te leiden.
Het zal na het voorgaande geen verrassing zijn: onze aanbeveling zou zijn om bij de bron te beginnen, dus het autogebruik drastisch terugdringen en het resterende, noodzakelijke verkeer in goede banen leiden.

Pag.106
Windenergie kent ook een aantal neveneffecten zoals geluidshinder, slagschaduw, effecten op natuur en landschap en veiligheid.
Met deze nadelen in het achterhoofd en het te voorziene verzet van bewoners van de Bakenhof tegen de plannen van windmolens op de landtong voor de Kleefse Waard, zou het toch de moeite waard kunnen zijn om meer in te steken op zonne-energie (zie de opmerking bij pag.45).

Pag.110
In de gemeente Arnhem is in 2007 een pilot ‘inzameling kunststof flessen’ gestart.
Sprekend over bewonersinitiatieven zou het leuk zijn om in de definitieve versie van deze nota aandacht te besteden aan de Werkgroep Kom op voor een duurzame wijk (Sint Marten/Sonsbeekkwartier-Zuid) die een grote inzet aan de dag heeft gelegd bij het realiseren van deze pilot. (Doca beschikt over een digitale fotoserie van de start van deze pilot waar desgewenst gebruik van kan worden gemaakt bij een te plaatsen illustratie).


Tekstcorrecties en aanbevelingen

Pag.36 – Kopje De inhoud van een MAS wijzigen in De inhoud van een Milieuaspectenstudie (MAS). Pas op pag. 37 wordt in een kopje deze afkorting namelijk voor het eerst toegelicht.

Pag.37 – 13e regel in de 1e kolom: komma teveel achter lucht (verdere opmerkingen over interpunctie blijven achterwege).

Pag.70 – Moet nog invulling krijgen als illustratie of tekstpagina.

Pag.73 – 2e regel van de 2e kolom: het woord opgenomen schrappen.

Pag.78 – 2e kolom, 8e regel van onder: het woordje te schrappen.

Pag.79 – 2e kolom, in het rijtje doelen van beleid: het tweede en achtste punt als doel formuleren (beide punten staan nu algemeen geformuleerd i.t.t. de andere zes punten)

Pag.80 – 1e kolom, 4e regel: gezagen is onjuist. Het begrip gezag kent geen meervoudsvorm.  Alternatief: opgesteld samen met ander bevoegd gezag met betrekking tot de Wet bodembescherming in Gelderland.

Pag.81 – 1e kolom, 6e regel van onder: het woord kwaliteit behoeft mijns inziens hier niet vet gedrukt te worden.

Pag.81 – 2e kolom, 4e regel van onder: het begrip waterlichaam toelichten.

Pag.82 – 2e kolom, 13e regel van boven: haakje teveel achter het jaartal 2005.

Pag.87 – 1e kolom, 1e regel: vind moet met dt.

Pag.87 – 1e kolom, 10e regel: AmvB, betekenis toevoegen: Algemene Maatregel van Bestuur en daarna pas de afkorting zelfstandig gebruiken.

Pag.87 – 2e kolom, halverwege wordt tweemaal de afkorting Wvgs gebruikt terwijl in de eerste regel de afkorting WVGS wordt gehanteerd.

Pag.89 – 1e kolom, 9e regel van onder: ramenbestrijding (die is in Arnhem al met succes uitgevoerd), moet zijn: rampenbestrijding.

Pag.89 – 2e kolom halverwege: méér behoeft hier geen accenten.

Pag.94 – 2e kolom, 5e regel: zoals bijvoorbeeld is dubbel: zoals of bijvoorbeeld.

Pag.96 – 1e kolom, 1e regel: expliciet niets moet zijn: niets expliciet.

Pag.98 – 1e kolom, 10e regel: de Schelmseweg en alles wat daarboven is gelegen. Ten noorden van de Schelmseweg is mooier. Idem 9e regel van onder.

Pag.98 – 1e kolom, 12e regel: Arnhem’s moet zijn Arnhems.

Pag.102 – 2e kolom, 16e regel van onder: zoals bijvoorbeeld is dubbel: zoals of bijvoorbeeld.

Pag.102 – 2e kolom, onderste regel: vastgesteld beleid moet zijn: beleid vastgesteld.

Pag.108 – 1e kolom, 3e regel van onder: op doet moet zijn: opdoet.

Pag.111 – 1e kolom, 2e regel: percentages moet zijn: kilo’s (in de tabel op pag.110 staan de getallen namelijk als kilo’s vermeld, niet als procenten).

Pag.113 – 2e kolom, 8e regel: omhelst moet zijn: behelst of omvat.

Pag.115 – 2e kolom, 4e regel: onkruiden moet zijn: onkruid (of soorten onkruid).

Pag.121 – 1e kolom, 3e punt onder Acties: retentie (onbekend woord) vervangen door: vasthouden van water.

Pag.123 – 2e kolom, 9e regel van onder: wordt vervangen door is (indien dat in december 2006 ook gebeurd is tenminste).

Tot zover onze reactie op het concept Integrale Milieuvisie 2008-2011. Ik verzoek u om ons commentaar mee te zenden met de stukken bij de verdere behandeling van de nota.

Arnhem, 7 november 2007

Ed Bruinvis
Stichting Doca (project Arnhem Duurzaam)