Actueel
16 november 2010

JSF-17
  Energy Resources Holding BV (ERH) startte 7 september 2010 een procedure voor de vergunningaanvraag van een nieuwe kerncentrale in Borssele. De eerste stap in deze procedure is het opstellen van een MER, een Milieu Effect Rapportage. In haar zienswijze dringt Doca er bij het ministerie van VROM op aan om daarbij de hele cyclus van radioactieve vervuiling mee te nemen (dus van winning van uranium tot opslag van afval) en zich niet te beperken tot de beoordeling van de directe effecten van de geplande centrale.
In aanmerking voor de bouw komen twee bedrijven: het Franse Areva met zijn EPR-centrale en het Amerikaanse Westinghouse met zijn AP-1000. Geen van beide types heeft zich tot op heden bewezen. Er zijn er enkele van in aanbouw maar niet een ervan levert al elektriciteit. Bovendien loopt de bouw van deze centrales verre van voorspoedig en de vraag is of de leveranciers aan de vereisten van optimale veiligheid kunnen voldoen. Recent hebben zowel de Britse als de Finse veiligheidsautoriteit hun zorgen geuit over het ontwerp van de geautomatiseer-
de en gedigitaliseerde veiligheidssystemen van de EPR.

Daarnaast is er het beruchte probleem van de opslag van kernafval. Delen van het geproduceerde kernafval blijven 240.000 jaar radioactief. Het is onverantwoord een kerncentrale te exploiteren zonder te weten wat er met het afval moet gebeuren. Andere gevaren die aan het gebruik van kernenergie kleven zijn dezelfde als die in de jaren ’70 en ’80 al werden aangevoerd: uranium dat verrijkt kan worden voor de productie van kernwapens, enorme gezondheidsrisico’s bij een ongeluk in de centrale, ongelukken bij transport van kernafval en blootstelling aan straling bij de winning van uraniumerts.
Juist de huidige mondiale ontwikkelingen in de richting van ‘hernieuwbare’ energievoorziening zijn veelbelovend. Mogelijk is zelfs in het jaar 2050 een groot deel van de opgewekte stroom in de wereld al afkomstig uit duurzame energiebronnen.