Actueel

18 juli 2008



 
In 2002 waren het Ministerie van Economische Zaken en de Nederlandse luchtvaartindustrie, verenigd in het NIFARP (Netherlands Industrial Fighter Aircraft Replace-
ment Platform), overeengekomen dat de industrie het verschil zou betalen tussen meedoen aan de bouw van de JSF (de gedoodverfde opvolger van de F-16) en het (goedkoper) ‘kopen van de plank’ van deze jachtbommen-
werper. Op die basis was de staat bereid om het bedrag van $ 800 miljoen aan de Amerikanen te betalen om Nederlandse bedrijven mee te kunnen laten doen aan de ontwikkeling van dit toestel. Ook werd in 2002 overeen-
gekomen dat op 1 juli 2008 opnieuw berekend zou worden hoe hoog het afdrachtpercentage zou zijn dat de betrokken bedrijven over hun omzet aan de staat zouden overboeken om zo het door EZ voorgeschoten bedrag terug te betalen. Door de koersdaling van de dollar en het alsmaar duurder wordende vliegtuigontwerp steeg dit percentrage echter van 3,5% in 2002 naar 10,3% in 2008. Dit tot woede van de luchtvaartindustrie die zich gedwongen ziet om veel meer van hun winst aan de staat te betalen dan ze aanvankelijk meenden kwijt te zijn.

Deze special (40 pag.) kan worden verkregen door het overmaken van € 5 op Postbankrekening 2904981 ten name van Stichting Doca te Arnhem onder vermelding van ‘Vervanging F-16 door JSF (9)’.